Eerste hulp bij problemen met een hoortoestel

Een hoortoestel kan wel eens haperen of kapot gaan, zelfs bij goed gebruik en onderhoud. Sommige problemen kunt u eenvoudig zelf verhelpen. Een aantal hiervan leggen we uit in dit blog.

Advies: Haal nooit zelf het kastje van uw hoortoestel uit elkaar. Dan maakt u waarschijnlijk meer kapot dan u verhelpt. Bovendien vereist de minuscule, elektronische techniek een specialistische aanpak.
 

Problemen die u wel zelf kunt oplossen:

  • Uw hoortoestel fluit of piept
  • De oorstukjes zitten niet goed in uw oor. Neem uw toestel uit en zet het opnieuw in.
  • De oorstukjes sluiten niet goed aan. Neem contact op met een audicien of uw oorstukjes nagekeken, aangepast of vervangen moeten worden door de audicien.
  • Uw gehoorgang is verstopt door oorsmeer. Uw huisarts kan uw gehoorgang uitspuiten. De kno-arts kan het oorsmeer ook verwijderen door uw oor met speciale apparatuur uit te zuigen.
     

Uw hoortoestel geeft geen geluid

  • Uw hoortoestel staat mogelijk nog niet aan; schakel het in.
  • De batterijen zijn (bijna) leeg. Controleer dit als volgt: 
    • Houd het hoortoestel in uw handen. Zet het volume op de hoogste stand. Als het toestel niet fluit, is de batterij waarschijnlijk leeg. 
    • U kunt ook een batterijchecker gebruiken. 
    • U kunt de batterij laten stuiteren op een harde ondergrond. Indien de batterij niet stuitert is deze nog vol. Indien de batterij wel stuitert is deze leeg.
    • Zijn de batterijen leeg, plaats nieuwe batterijen.
  • De batterijlade zit niet goed dicht; sluit deze helemaal. 
  • Er zit roest of vuil op de batterijcontacten. Open en sluit de batterijlade enkele malen of vervang de batterij. Maak indien mogelijk de batterijlade en batterijcontacten schoon met een klein borsteltje of wattentip.
  • Het oorstukje, geluidsopening of filter is verstopt. Als schoonmaken niet helpt, neem dan contact op met een audicien.
  • Het slangetje is verouderd of kapot. Als u het niet zelf kunt vervangen, neem dan contact op met een audicien.
  • De microfoon, de luidspreker of een ander inwendig onderdeel is kapot. Neem contact op met een audicien.
     

Uw hoortoestel sputtert of valt weg

  • Er zit mogelijk roest of vuil op de batterijcontacten. Open en sluit de batterijlade enkele malen of vervang de batterij. Maak indien mogelijk de batterijlade en batterijcontacten schoon met een klein borsteltje of wattentip.
  • De batterijen zijn (bijna) leeg. Controleer dit als volgt:
    • Houd het hoortoestel in uw handen. Zet het volume op de hoogste stand. Als het toestel niet fluit, is de batterij waarschijnlijk leeg. 
    • U kunt ook een batterijchecker gebruiken. 
    • U kunt de batterij laten stuiteren op een harde ondergrond. Indien de batterij niet stuitert is deze nog vol. Indien de batterij wel stuitert is deze leeg.
    • Zijn de batterijen leeg, plaats nieuwe batterijen.
  • Het oorstukje of de geluidsopening is verstopt. Als schoonmaken niet helpt, neem dan contact op met een audicien.
  • Uw gehoorgang is verstopt door oorsmeer. Uw huisarts kan uw gehoorgang uitspuiten. De kno-arts kan het oorsmeer ook verwijderen door uw oor met speciale apparatuur uit te zuigen.
  • Er zit vocht in uw hoortoestel. Laat het goed drogen en zorg voor bescherming tegen vocht. Wij bieden hier speciale middelen voor aan.
     

Problemen die uw audicien kan oplossen

Doet uw hoortoestel het niet of niet goed en helpen bovenstaande acties niet? Vraag dan Hulp op afstand aan van een audicien. Via live (video)bellen luistert en kijkt een audicien met u mee en helpt waar mogelijk. Het is verstandig om contact op te nemen met een audicien in de volgende situaties:

  • uw hoortoestel hapert of stoort;
  • uw hoortoestel staat te zacht;
  • u krijgt het oorstukje of hoortoestel niet goed schoon;
  • u vermoedt dat de prestaties van uw hoortoestel verbeterd kunnen worden;
  • u krijgt (een van) de volgende problemen door het hoortoestelgebruik:   
    hoofdpijn, meer oorsuizen, jeuk en irritatie, drukplekken, vermoeidheid, geluiden die pijnlijk(er) worden, een piepend of fluitend toestel;
  • het slangetje van uw ‘achter het oor’-toestel moet vervangen worden en u kunt dit niet zelf.